459.Op bergen en in dalen
JeugdliederenPresentatie
1
Op bergen en in dalen,
ja, overal is God!
Waar wij ook immer dwalen
of zitten, daar is God;
waar mijn gedachten zweven
of stijgen, daar is God;
omlaag en hoog verheven,
ja, overal is God!
ja, overal is God!
Waar wij ook immer dwalen
of zitten, daar is God;
waar mijn gedachten zweven
of stijgen, daar is God;
omlaag en hoog verheven,
ja, overal is God!
2
Zijn trouwe Vaderogen
zien alles van nabij;
wie steunt op Zijn vermogen,
die dekt en zegent Hij.
Hij hoort de jonge raven,
bekleedt met gras het dal,
heeft zelfs voor wormen gaven,
ja, zorgt voor 't gans heelal.
zien alles van nabij;
wie steunt op Zijn vermogen,
die dekt en zegent Hij.
Hij hoort de jonge raven,
bekleedt met gras het dal,
heeft zelfs voor wormen gaven,
ja, zorgt voor 't gans heelal.
3
Gij, aardrijks woest gewemel,
gij, die in 't water zweeft,
of onder Zijne hemel,
of in Zijn hemel leeft,
gij, alle Zijne werken!
Ontdekt bij dag en nacht,
in 't voeden, hoeden, sterken,
de goedheid Zijner macht.
gij, die in 't water zweeft,
of onder Zijne hemel,
of in Zijn hemel leeft,
gij, alle Zijne werken!
Ontdekt bij dag en nacht,
in 't voeden, hoeden, sterken,
de goedheid Zijner macht.
4
Ja, Christ'nen! gij kunt juichen;
waar ik mij keer, is God;
wat wank'len moog of buigen,
Hij, Hij bestuurt mijn lot!
Ook zelfs in doodse banden,
bij 't onherroeplijkst lot, —
waar trouwe vriendenhanden
niet helpen, — dáár helpt God.
waar ik mij keer, is God;
wat wank'len moog of buigen,
Hij, Hij bestuurt mijn lot!
Ook zelfs in doodse banden,
bij 't onherroeplijkst lot, —
waar trouwe vriendenhanden
niet helpen, — dáár helpt God.