Spring naar inhoud

458.Sikkels klinken, sikkels blinken

1
Sikkels klinken,
sikkels blinken,
ruisend valt het graan.
Zie de bindsters garen,
zie in lange scharen
garf bij garven staan,
garf bij garven staan.
2
't Heter branden,
op de landen,
meldt de middagtijd.
't Windje, moe van 't zweven,
heeft zich schuil begeven,
en nog zwoegt de vlijt,
en nog zwoegt de vlijt.
3
Blijde maaiers,
nijv're zaaiers,
die uw loon ontvingt!
Zit nu rustig neder,
galm' het mastbos weder,
als gij juichend zingt,
als gij juichend zingt.
4
Slaat uw ogen
naar de hoge,
alles kwam vandaar!
Zachte regen daalde,
vriend'lijk zonlicht straalde
mild op halm en aar,
mild op halm en aar.