148.'t Hijgend hert, de jacht ontkomen
Verlangen naar GodPresentatie
1
't Hijgend hert, de jacht ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar 't genot
van de frisse waterstromen,
dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar de Heer.
God des levens, ach, wanneer,
zal ik naad'ren voor Uw ogen.
In Uw huis Uw naam verhogen.
schreeuwt niet sterker naar 't genot
van de frisse waterstromen,
dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar de Heer.
God des levens, ach, wanneer,
zal ik naad'ren voor Uw ogen.
In Uw huis Uw naam verhogen.
2
O mijn ziel! wat buigt g' u neder?
Waartoe zijt g' in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
zoek in 's Hoogsten lot uw lust:
want Gods goedheid zal uw' druk
eens verwiss'len in geluk.
Hoop op God; sla 't oog naar boven;
want ik zal Zijn naam nog loven.
Waartoe zijt g' in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
zoek in 's Hoogsten lot uw lust:
want Gods goedheid zal uw' druk
eens verwiss'len in geluk.
Hoop op God; sla 't oog naar boven;
want ik zal Zijn naam nog loven.
3
Maar de Heer zal uitkomst geven,
Hij, die 's daags zijn gunst gebiedt:
'k zal in dit vertrouwen leven,
en dat melden in mijn lied.
'k Zal Zijn' lof zelfs in de nacht,
zingen daar ik Hem verwacht.
En mijn hart, wat mij moog' treffen
tot de God mijns levens heffen.
Hij, die 's daags zijn gunst gebiedt:
'k zal in dit vertrouwen leven,
en dat melden in mijn lied.
'k Zal Zijn' lof zelfs in de nacht,
zingen daar ik Hem verwacht.
En mijn hart, wat mij moog' treffen
tot de God mijns levens heffen.