147.Zou de wijsheid mij volkomen
Christelijke LevenswandelPresentatie
1
Zou de wijsheid mij volkomen
tot de bodem zijn onthuld,
had ik al Gods raad vernomen
en zijn ganse wil vervuld.
Ach! wat ware al mijn pogen,
al mijn wijsheid, al mijn licht,
zonder liefde uit de Hoge,
voor des Heren aangezicht?
tot de bodem zijn onthuld,
had ik al Gods raad vernomen
en zijn ganse wil vervuld.
Ach! wat ware al mijn pogen,
al mijn wijsheid, al mijn licht,
zonder liefde uit de Hoge,
voor des Heren aangezicht?
2
Troonde ik in koningszalen,
ware ik ook nog zo rijk,
sprak ik zelfs der eng'len talen,
gaf van alle gaven blijk;
waar' ik meester in de rede,
in de kunst; wat baatte dat,
als de liefde ook niet mede
deel had aan deez' rijke schat?
ware ik ook nog zo rijk,
sprak ik zelfs der eng'len talen,
gaf van alle gaven blijk;
waar' ik meester in de rede,
in de kunst; wat baatte dat,
als de liefde ook niet mede
deel had aan deez' rijke schat?
3
Kon ik elke zin verklaren
heden nog in duisternis,
daarenboven openbaren
't diepst geloof, dat er maar is,
zodat berg en rots verrezen,
zich verplaatsten op mijn woord,
ach! hoe leeg zou 't alles wezen,
ging geen liefd' er mee accoord.
heden nog in duisternis,
daarenboven openbaren
't diepst geloof, dat er maar is,
zodat berg en rots verrezen,
zich verplaatsten op mijn woord,
ach! hoe leeg zou 't alles wezen,
ging geen liefd' er mee accoord.
4
Zou ik al mijn goed'ren geven
aan de armen in hun nood,
ja, al gaf ik zelfs mijn leven,
ging voor and'ren in de dood,
ach! wat zou het alles baten,
't ware al vergeefs gedaan
werd de liefde nagelaten,
die er samen mee moet gaan.
aan de armen in hun nood,
ja, al gaf ik zelfs mijn leven,
ging voor and'ren in de dood,
ach! wat zou het alles baten,
't ware al vergeefs gedaan
werd de liefde nagelaten,
die er samen mee moet gaan.
5
Liefde is de grootste gave,
zilver, goud, ja alle goed,
kan een mensenziel niet laven,
slechts de liefde die dat doet.
Alles hier op aard zal tanen,
is vergank'lijk op zijn tijd,
liefde blijft haar weg zich banen
Zij bestaat in eeuwigheid.
zilver, goud, ja alle goed,
kan een mensenziel niet laven,
slechts de liefde die dat doet.
Alles hier op aard zal tanen,
is vergank'lijk op zijn tijd,
liefde blijft haar weg zich banen
Zij bestaat in eeuwigheid.