71.Och, schonkt Gij mij de hulp
Gods GebodenPresentatie
1
Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest!
Mocht die mij op mijn paân ten Leidsman strekken,
'k Hield dan Uw wet; dan leefd' ik onbevreesd;
dan zou geen schaamt' mijn aangezicht bedekken.
Wanneer ik steeds opmerkend waar′ geweest,
hoe uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.
Mocht die mij op mijn paân ten Leidsman strekken,
'k Hield dan Uw wet; dan leefd' ik onbevreesd;
dan zou geen schaamt' mijn aangezicht bedekken.
Wanneer ik steeds opmerkend waar′ geweest,
hoe uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.
2
Waarmede zal de jongeling zijn pad,
door ijdelheên omsingeld, rein bewaren?
Gewis, als hij het houdt naar 't heilig blad.
U zoekt mijn hart; mijn oog blijft op U staren:
laat mij van 't spoor in uw geboôn vervat,
niet dwalen, Heer; laat mij niet hulploos varen.
door ijdelheên omsingeld, rein bewaren?
Gewis, als hij het houdt naar 't heilig blad.
U zoekt mijn hart; mijn oog blijft op U staren:
laat mij van 't spoor in uw geboôn vervat,
niet dwalen, Heer; laat mij niet hulploos varen.
3
Leer mij, o Heer! de weg, door U bepaald,
dan zal ik die ten einde toe bewaren;
geef mij verstand, met Godlijk licht bestraald;
dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;
dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;
dan zal zich 't hart met mijne daden paren.
dan zal ik die ten einde toe bewaren;
geef mij verstand, met Godlijk licht bestraald;
dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;
dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;
dan zal zich 't hart met mijne daden paren.
4
Hoe lief heb ik Uw wet! Het is mijn doel
de ganse dag haar ijv'rig te betrachten.
Hoe listig ook mijn snode vijand woel',
'k heb wijzer geest en edeler gedachten
door uw geboôn wier kracht ik staag gevoel,
die 'k eeuwig zal met hell'ge eerbied achten.
de ganse dag haar ijv'rig te betrachten.
Hoe listig ook mijn snode vijand woel',
'k heb wijzer geest en edeler gedachten
door uw geboôn wier kracht ik staag gevoel,
die 'k eeuwig zal met hell'ge eerbied achten.
5
Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,
mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren.
Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed
bevestigen, in al mijn levensjaren,
dat ik Uw wet, die heilig is en goed,
door Uw genâ bestendig zal bewaren.
mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren.
Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed
bevestigen, in al mijn levensjaren,
dat ik Uw wet, die heilig is en goed,
door Uw genâ bestendig zal bewaren.