514.Het zonnelicht wordt duister
KoorliederenPresentatie
1
Het zonnelicht wordt duister,
de avondscheem'ring zwelt;
dra ligt in nacht'lijk duister
weer bos en beemd en veld.
En moeizaam drijft de herder
zijn schapen voort ter rust,
leidt hen voorzichtig verder
en telt of één ook mist.
Leidt hen voorzichtig verder
en telt of één ook mist.
de avondscheem'ring zwelt;
dra ligt in nacht'lijk duister
weer bos en beemd en veld.
En moeizaam drijft de herder
zijn schapen voort ter rust,
leidt hen voorzichtig verder
en telt of één ook mist.
Leidt hen voorzichtig verder
en telt of één ook mist.
RefreinZijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
2
Ik tel mijn trouwe lamm'ren,
zo spreekt de herder zacht,
zal m' over hen erbarmen,
hen hoeden dag en nacht.
En mocht er één verdwalen,
ja, verre gaan van huis:
ik ga het aanstonds halen
en breng het veilig thuis.
Ik ga het aanstonds halen
en breng het veilig thuis.
zo spreekt de herder zacht,
zal m' over hen erbarmen,
hen hoeden dag en nacht.
En mocht er één verdwalen,
ja, verre gaan van huis:
ik ga het aanstonds halen
en breng het veilig thuis.
Ik ga het aanstonds halen
en breng het veilig thuis.
RefreinZijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
3
Doch wat moet hij ervaren,
hij telt, vergist hij zich?
Hoewel 't er honderd waren,
slechts neeg' en negentig.
En zonder enig dralen,
de trouwe herder spoedt
zich voort langs berg en dalen,
zijn schaapje tegemoet.
Zich voort langs berg en dalen,
zijn schaapje tegemoet.
hij telt, vergist hij zich?
Hoewel 't er honderd waren,
slechts neeg' en negentig.
En zonder enig dralen,
de trouwe herder spoedt
zich voort langs berg en dalen,
zijn schaapje tegemoet.
Zich voort langs berg en dalen,
zijn schaapje tegemoet.
RefreinZijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
4
Hij klimt op steile klippen,
van zweet en dauw doordrenkt,
en luid klinkt van zijn lippen:
komt! tot wie rust u schenkt!
Zo roept met bloedend harte
ons Jezus tot Zijn vreê:
vliedt toch de weg der smarte,
volgt Mij, gaat met Mij mee!
Vliedt toch de weg der smarte,
volgt Mij, gaat met Mij mee!
van zweet en dauw doordrenkt,
en luid klinkt van zijn lippen:
komt! tot wie rust u schenkt!
Zo roept met bloedend harte
ons Jezus tot Zijn vreê:
vliedt toch de weg der smarte,
volgt Mij, gaat met Mij mee!
Vliedt toch de weg der smarte,
volgt Mij, gaat met Mij mee!
RefreinZijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!
Zijt zielen gij in 't duister nog,
ver van de Heer, in 's vijands macht?
Uw Heiland zoekt u heden nog,
Hij biedt u hulp door Zijne kracht,
uw goede Herder nodigt u,
dat gij u hulp'loos tot Hem richt.
Komt, aarzelt dan niet langer nu,
begeeft u tot Zijn licht!