Spring naar inhoud

509.Jeruzalem, gij Godsstad

1
Jeruzalem, gij Godsstad,
voor 's Heren volk bereid,
wie maalt ooit van uw luister
de volle heerlijkheid;
hoe zou ons hart hier kennen
de grootheid van uw heil,
een liefde zonder grenzen,
een blijdschap zonder peil;
een liefde zonder grenzen,
een blijdschap zonder peil.
2
O land van licht en vrede,
waar mij ook Jezus wacht,
o stad en huis mijns Konings:
waarnaar mijn ziele smacht;
Heer Jezus, hoor mijn pleiten,
en zij Uw Geest mij pand,
dat G' eens ook mij zult brengen
bij U in 't Vaderland;
dat G' eens ook mij zult brengen
bij U in 't Vaderland.