506.'k Beid hier wachtend
KoorliederenPresentatie
1
'k Beid hier wachtend tot de schaduw
nog wat breder plaats beslaat,
tot het laatste zonnegloeien
in de schemer ondergaat.
Wachtend tot de nacht voorbij is,
en de zilv'ren morgenster,
als de bode van de morgen,
fluistert: " 't Zonlicht is niet ver."
nog wat breder plaats beslaat,
tot het laatste zonnegloeien
in de schemer ondergaat.
Wachtend tot de nacht voorbij is,
en de zilv'ren morgenster,
als de bode van de morgen,
fluistert: " 't Zonlicht is niet ver."
RefreinEn de zilv'ren morgenster,
voorboô van de dageraad,
opgaat in het nachtlijk duister,
fluist'rend 't zonlicht is niet ver:
als de bode van de morgen,
fluistert: " 't Zonlicht is niet ver."
voorboô van de dageraad,
opgaat in het nachtlijk duister,
fluist'rend 't zonlicht is niet ver:
als de bode van de morgen,
fluistert: " 't Zonlicht is niet ver."
2
Als de wachters op de morgen,
beidt mijn ziel de vreugdestond,
die mij 't eeuwig morgendagen
't komen van de Heer verkondt.
Al mijn strijd is dan doorstreden,
en mijn laatste traan gestort,
als die dag daagt in het Oosten
en 't voor eeuwig morgen wordt
beidt mijn ziel de vreugdestond,
die mij 't eeuwig morgendagen
't komen van de Heer verkondt.
Al mijn strijd is dan doorstreden,
en mijn laatste traan gestort,
als die dag daagt in het Oosten
en 't voor eeuwig morgen wordt
RefreinEn de zilv'ren morgenster,
voorboô van de dageraad,
opgaat in het nachtlijk duister,
fluist'rend 't zonlicht is niet ver:
als de bode van de morgen,
fluistert: " 't Zonlicht is niet ver."
voorboô van de dageraad,
opgaat in het nachtlijk duister,
fluist'rend 't zonlicht is niet ver:
als de bode van de morgen,
fluistert: " 't Zonlicht is niet ver."