Spring naar inhoud

500.Komt, zingen w' een lied van de

1
Komt, zingen we een lied van de lusthof,
die nooit nog een oog heeft aanschouwd,
een lied van de heilige Godsstad,
met straten van 't zuiverste goud.
Daar murm'len de zilveren stromen
hun toonval bij 't juub'lende lied,
waar 't eng'lenkoor psalmend in beurtzang
zijn hulde Jehova biedt.
RefreinZelfs 't Schriftwoord zegt d' helft niet aan,
zelfs 't Schriftwoord zegt d' helft niet aan,
der wond'ren van de heil'ge Godsstad,
waar in haast wij binnengaan.
2
Komt, zingen we een lied van de woning,
waar Jezus ons plaats heeft bereid,
waar eng'len als broeders ons groeten
en stoorloos genieten ons beidt.
Ons schenkt daar weer de boom des levens
zijn leven vernieuwende vrucht
en klinkt het triumflied der zaal'gen
door 't wulfsel der held're lucht.
RefreinZelfs 't Schriftwoord zegt d' helft niet aan,
zelfs 't Schriftwoord zegt d' helft niet aan,
der wond'ren van de heil'ge Godsstad,
waar in haast wij binnengaan.
3
Daar zien wij voor eeuwig de Koning,
die Gode tot priesters ons kocht,
die, stervend op 't kruis voor ons zondaars,
de zonde en de dood overmocht.
't Hem zien maakt de hemel ten hemel,
tot huis onzes Vaders ons weer,
daar juichen met eng'len en serafs
wij eeuwig Zijn naam ter eer.
RefreinZelfs 't Schriftwoord zegt d' helft niet aan,
zelfs 't Schriftwoord zegt d' helft niet aan,
der wond'ren van de heil'ge Godsstad,
waar in haast wij binnengaan.