5.Des aardrijks schoon
Eere- en LofzangenPresentatie
1
Des aardrijks schoon, der heem'len pracht
verklaren ons bij dag en nacht,
o God, Uw grootheid, die in maat
het stoutst verstand te boven gaat.
verklaren ons bij dag en nacht,
o God, Uw grootheid, die in maat
het stoutst verstand te boven gaat.
2
Toch ziet Gij op de sterv'ling neer
en wilt Gij, met onsterflijke eer
hem kronen in een heerlijkheid,
voor 's werelds aanvang hem bereid.
en wilt Gij, met onsterflijke eer
hem kronen in een heerlijkheid,
voor 's werelds aanvang hem bereid.
3
O hoeveel meer dan in zijn kring
elk schepsel als Uw gave ontving,
schenkt Gij ons, zondaars, zieleheil,
als Uw volmaaktheên zonder peil.
elk schepsel als Uw gave ontving,
schenkt Gij ons, zondaars, zieleheil,
als Uw volmaaktheên zonder peil.
4
De wereld had Gij lief in Hem;
verachters van Uw liefdestem
bidt Gij in 't bloed dat Hij vergoot:
"keert, laat u redden van de dood."
verachters van Uw liefdestem
bidt Gij in 't bloed dat Hij vergoot:
"keert, laat u redden van de dood."
5
O wonder van genadetrouw,
wek, sterk in aller hart 't berouw,
de droefheid van 't bekeerd gemoed,
die 's hemels eng'len juichen doet.
wek, sterk in aller hart 't berouw,
de droefheid van 't bekeerd gemoed,
die 's hemels eng'len juichen doet.