Spring naar inhoud

499.Zijt gij bereid tot 's Heren werk

1
Zijt gij bereid tot 's Heren werk,
wilt gij nu naar zijn akker gaan?
Nog is het tijd, dus toon u sterk,
en blijft niet langer ledig' staan.
Kom in de wijngaard, toef niet meer,
doe wat des Heilands roem vermeer
en werk met blijdschap tot Zijn eer;
doe wat des Heilands roem vermeer
en werk met blijdschap tot Zijn eer.
RefreinKom toch, kom toch, blijft niet werkloos staan,
laat ons vrolijk aan de arbeid gaan!
2
Hoort gij dan niet des Heren stem?
Hoe lang nog wilt gij ledig staan?
Als Hij gebiedt gehoorzaamt Hem,
en grijpt het werk met ijver aan.
Zie hoe de zon ter kimme daalt
wie nu nog bij het werken draalt,
voorzeker dan geen loon behaalt;
wie nu nog bij het werken draalt,
voorzeker dan geen loon behaalt.
RefreinKom toch, kom toch, blijft niet werkloos staan,
laat ons vrolijk aan de arbeid gaan!
3
Hoe ruw en steil het pad ook zij,
de leus blijft steeds: "Met God vooraan!"
Des Heren heil en heerschappij,
geeft moed ons voorwaarts nu te gaan.
Wij dragen blij Gods vaandel voort,
en rusten niet totdat zijn woord
verkondigd is in Zuid en Noord;
wij rusten niet totdat zijn woord
verkondigd is in Zuid en Noord.
RefreinKom toch, kom toch, blijft niet werkloos staan,
laat ons vrolijk aan de arbeid gaan!