495.Mijn God, hoe grensloos
Voor Het HuisgezinPresentatie
1
Mijn God, hoe grensloos, zonder maat,
vermeerdert Gij mij dankenstof,
die, wat ik poog, mijn dank en lof
oneindiglijk te boven gaat.
vermeerdert Gij mij dankenstof,
die, wat ik poog, mijn dank en lof
oneindiglijk te boven gaat.
2
Mij Uwe minste gunst onwaard,
hebt Gij, als ware ik U een kind,
waarin Uw ziel behagen vindt,
in liefd' Uw vadernaam verklaard.
hebt Gij, als ware ik U een kind,
waarin Uw ziel behagen vindt,
in liefd' Uw vadernaam verklaard.
3
Ook baart in 't donker van de nacht
mijn hulp'loosheid mij angst noch schrik;
ik weet het, wat Uw raad beschik',
mijn Vader waakt, houdt voor mij wacht.
mijn hulp'loosheid mij angst noch schrik;
ik weet het, wat Uw raad beschik',
mijn Vader waakt, houdt voor mij wacht.