Spring naar inhoud

467.De mei is gekomen

1
De Mei is gekomen
op 't zefiergesuis,
nu blijve de kniezer
met zorgen tehuis!
U wil ik doorwand'len,
gij vrije natuur!
Zo blij als de wolken
het hemels azuur.
2
Vooruit nu met luste
op 't zonnige spoor,
de heuvelen over,
de graanakkers door!
Hoe heerlijk te zwerven,
des ziens nooit verzaad!
Hoe koelt mij Gods adem
het gloeiend gelaat!
3
Hoe ruisen de blâren,
hoe murmelt de vliet!
Mijn hart, als de leew'rik
zingt juichend zijn lied.
Nu fluistert mijn ziele:
"Zijt gij reeds zo schoon,
gij voetbank des Scheppers!
Wat is dan Zijn Troon?"