45.Vanwaar die stoet, die lang en breed
Jezus' Leven op AardePresentatie
1
Vanwaar die stoet, die lang en breed
als huis en zaak en zorg vergeet
en dag aan dag te zamenvloeit?
Zeg, wat is 't, dat die schare boeit?
En 't antwoord klinkt aan ied're zij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
En 't antwoord klinkt aan ied're zij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
als huis en zaak en zorg vergeet
en dag aan dag te zamenvloeit?
Zeg, wat is 't, dat die schare boeit?
En 't antwoord klinkt aan ied're zij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
En 't antwoord klinkt aan ied're zij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
2
Wie is die Jezus, door wat macht
toch oefent Hij die wond're kracht
dat Hij, waar door de stad Hij trekt,
gewetens schokt en geestdrift wekt?
En weder juicht de schare blij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
En weder juicht de schare blij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
toch oefent Hij die wond're kracht
dat Hij, waar door de stad Hij trekt,
gewetens schokt en geestdrift wekt?
En weder juicht de schare blij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
En weder juicht de schare blij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
3
't Is Jezus, die eens hier beneên
voor zondaars 't kruispad heeft betreên
die, waar Hij als Verlosser kwam,
op zich des zondaars krankheên nam;
Hem roemde 't hart in hoop reeds vrij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Hem roemde 't hart in hoop reeds vrij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
voor zondaars 't kruispad heeft betreên
die, waar Hij als Verlosser kwam,
op zich des zondaars krankheên nam;
Hem roemde 't hart in hoop reeds vrij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Hem roemde 't hart in hoop reeds vrij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
4
Weer is Hij daar! Van oord tot oord
gaat Hij, de Vorst des levens voort
en waar Hij toefde, deinsde en vlood
de macht en schrik van zonde en dood;
riep 't hart gewekt ten feestgetij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Riep 't hart gewekt ten feestgetij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
gaat Hij, de Vorst des levens voort
en waar Hij toefde, deinsde en vlood
de macht en schrik van zonde en dood;
riep 't hart gewekt ten feestgetij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Riep 't hart gewekt ten feestgetij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
5
Komt, zwaar belasten, komt tot Hem,
Hij roept u allen, hoort Zijn stem.
Gelooft Zijn noden, Hij, de Heer,
brengt tot Gods vaderhart u weer;
geen ander, die u redt dan Hij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Geen ander, die u redt dan Hij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Hij roept u allen, hoort Zijn stem.
Gelooft Zijn noden, Hij, de Heer,
brengt tot Gods vaderhart u weer;
geen ander, die u redt dan Hij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Geen ander, die u redt dan Hij:
Jezus van Nazareth gaat voorbij.
6
Hebt heden gij Zijn stem gehoord,
maar ongelovig aan Zijn woord,
ach, welhaast is 't voor u te spâ;
Dan roept vergeefs gij om genâ.
En als uw oordeel hoort ook gij:
Jezus van Nazareth ging voorbij.
En als uw oordeel hoort ook gij:
Jezus van Nazareth ging voorbij.
maar ongelovig aan Zijn woord,
ach, welhaast is 't voor u te spâ;
Dan roept vergeefs gij om genâ.
En als uw oordeel hoort ook gij:
Jezus van Nazareth ging voorbij.
En als uw oordeel hoort ook gij:
Jezus van Nazareth ging voorbij.