Spring naar inhoud

434.De dag des oogstes naakt

1
De dag des oogstes naakt,
zijn morgen is nabij,
gij, 's Heren knechten, bidt en waakt,
Zijn oogst is 't feestgetij.
2
Schoon in een stugge grond
uw zaad met tranen val',
de Heer des oogstes roemt uw mond
welhaast met lofgeschal.
3
Heft opwaarts hart en oog,
uw Koning, die u beidt,
komt eerlang op der wolkenboog
in volle heerlijkheid.