43.'t Was nacht, toen 's herders
Jezus' Leven op AardePresentatie
1
't Was nacht, toen 's herders luist'rend oor
in Bethlehems vallei,
verbaasd werd door het jubelkoor
van 's hemels eng'lenrei;
een licht meer schel dan 't zonnelicht,
omscheen opeens hun kring.
Toen hemelglans voor hun gezicht
de middernacht verving.
in Bethlehems vallei,
verbaasd werd door het jubelkoor
van 's hemels eng'lenrei;
een licht meer schel dan 't zonnelicht,
omscheen opeens hun kring.
Toen hemelglans voor hun gezicht
de middernacht verving.
2
De heuvelen op Juda's grond,
gebergte, woud en rots
weergalmden als uit ene mond
het lied ter ere Gods.
Het woord beloofd in Edens gaard,
't uitwissen van de schuld.
Werd werklijk voor de wachtend' aard,
was in Gods Zoon vervuld.
gebergte, woud en rots
weergalmden als uit ene mond
het lied ter ere Gods.
Het woord beloofd in Edens gaard,
't uitwissen van de schuld.
Werd werklijk voor de wachtend' aard,
was in Gods Zoon vervuld.
3
"Aan God zij eer, zij eer omhoog"
in 't heil'ge voor Zijn troon;
het rolle langs der heem'len boog
op blijde jubeltoon.
Der aard schenkt vrede Gods genâ,
Gods welbehagen weer.
Hem geve in luid halleluja
en aard en hemel eer.
in 't heil'ge voor Zijn troon;
het rolle langs der heem'len boog
op blijde jubeltoon.
Der aard schenkt vrede Gods genâ,
Gods welbehagen weer.
Hem geve in luid halleluja
en aard en hemel eer.