Spring naar inhoud

428.Wie hier gaat en zaait met tranen

1
Wie hier gaat en zaait met tranen,
enig ziende op 's Vaders eer,
oogst een vreugd die nooit zal tanen,
eeuwig zalig bij de Heer.
Refrein's Hemels dauw bevocht zijn akker,
koest'rend stooft de zon het zaad,
tot met volgeladen aren
't goudgeel graan te rijpen staat.
2
Wordt dan nooit het zaaien moede,
woeker met uw kracht en tijd;
eens wordt in de dag des oogstes
naar uw werk uw hart verblijd.
Refrein's Hemels dauw bevocht zijn akker,
koest'rend stooft de zon het zaad,
tot met volgeladen aren
't goudgeel graan te rijpen staat.
3
Ziet in 't rond, aanschouwt de velden;
ziet, hoe God er wasdom geeft;
honderdvoudig zal zijn oogst zijn,
hoe de vijand Hem weerstreeft.
Refrein's Hemels dauw bevocht zijn akker,
koest'rend stooft de zon het zaad,
tot met volgeladen aren
't goudgeel graan te rijpen staat.