Spring naar inhoud

427.Op, aan 't werk

1
Op, aan 't werk! De dag vliedt henen!
Zie, hoe d' avondschaduw naakt,
en hoe 't u omhullend duister,
weldra al uw arbeid staakt.
Zielen om u gaan verloren,
zinken neer in 't graf weldra.
Nog is 't tijd, o ga dan heden
tot hun redding, spoedig ga!
2
Als gij op des Meesters roepstem,
willig aan de arbeid gaat,
vindt ge op 's levens kronkelpaden,
meen'ge ziel, die wachtend staat.
O, hoevelen kwijnen henen,
zuchtend onder grievend leed,
die u gaarne zouden volgen,
waart gij tot hun hulp gereed!
3
Zie in 't rond! Aanschouw het oogstveld,
wuivend dik met golvend graan!
Waarom bindt ook gij geen schoven?
Waarom laat gij 't koren staan?
Zijn de zielen u niet dierbaar?
Is uw rust u meer nog waard?
Werk toch, werk toch voor de Meester,
tot Hij wederkomt op aard!