Spring naar inhoud

426.'s Heren volk, let op de teek'nen

1
's Heren volk, let op de teek'nen:
wit ten oogst staat reeds het veld.
Weldra klinkt de roep der maaiers.
D' akker wordt ten oogst gesteld.
Eng'len worden uitgezonden,
om uit ieder volk en land
rijpe tarwe te vergaad'ren,
doch het onkruid wordt verbrand.
2
Spoedig, bij die grote scheiding
wordt het eind'lijk openbaar
wat het onkruid, wat de tarwe
onder 's Heren kinderschaar
schrikt dan Jezus door Zijn rein'ging,
menig mens op uit zijn rust.
O! dan wordt de hoop der zondaars
bij zo velen uitgeblust.
3
De genade spoedt ten einde.
G'loof alleen in Christus' bloed.
't Bruiloftskleed moet gij bezitten
als Gods lout'ring u ontmoet.
's Heren volk, let op de teek'nen,
waakt en werkt, steeds houdt u rein.
Jezus zal niet lang meer toeven,
maar zijn komst zal spoedig zijn.