Spring naar inhoud

423.Ik denk zo vaak aan 't Heidenland

1
Ik denk zo vaak aan 't heidenland,
ver van hier, ver van hier!
Aan 't schone, maar afgodisch strand,
ver van hier, ver van hier!
Hoe menig kind buigt zich daar neer,
voor afgodsbeelden keer op keer,
en kent geen and're God en Heer!
Ver van hier, ver van hier!
2
O hoe beklaag 'k de kind'ren daar,
ver van hier, ver van hier!
Al is hun land ook schoon voorwaar,
ver van hier, ver van hier
ik zou niet graag mijn kleine hof,
verruilen voor een palmenhof,
waar 'k niet kon zingen tot Gods lof!
Ver van hier, ver van hier!
3
'k Wil vurig bidden, dat de Heer
ver van hier, ver van hier!
Zijn Goede Geest zend tot hen neer,
ver van hier, ver van hier!
'k Geef ook mijn penninkske voortaan,
opdat Gods Evangelieblaân,
Gods boden tot hen mogen gaan!
Ver van hier, ver van hier!
4
En als dan eens 't bazuingeschal
ver van hier, ver van hier!
Van Jezus' liefde spreken zal,
ver van hier, ver van hier!
Dan vallen d' afgodsbeelden neer,
de heid'nen brengen Jezus eer,
en prijzen Hem, der heren Heer!
Van van hier, ver van hier!