421.Van Groenlands kille stranden
ZendliederenPresentatie
1
Van Groenlands kille stranden,
van oost- en westergrens,
uit rotskloof, woud en zanden
rijst een gebed, een wens;
waar onder 't zondaarslijden
het zondaarshart verbloedt,
daar zucht ook om bevrijden
't naar God gevormd gemoed.
van oost- en westergrens,
uit rotskloof, woud en zanden
rijst een gebed, een wens;
waar onder 't zondaarslijden
het zondaarshart verbloedt,
daar zucht ook om bevrijden
't naar God gevormd gemoed.
2
Wat baat aan Ceylons dreven
haar geur en specerij,
zolang haar kind'ren leven
in zonde's slavernij?
Ach, bloem en vrucht getuigen,
maar vrucht'loos van de Heer;
de heid'nen zien ze en buigen
zich blind voor 't schepsel neer.
haar geur en specerij,
zolang haar kind'ren leven
in zonde's slavernij?
Ach, bloem en vrucht getuigen,
maar vrucht'loos van de Heer;
de heid'nen zien ze en buigen
zich blind voor 't schepsel neer.
3
Stuwt, winden, stuwt de stromen
vooruit met dubb'le kracht,
waar 's Heren knechten komen
met schatten, lang gewacht.
Helpt 's mensen woord getuigen
van uw en hunne Heer;
en hart en knieën buigen
haast in één naam zich neêr.
vooruit met dubb'le kracht,
waar 's Heren knechten komen
met schatten, lang gewacht.
Helpt 's mensen woord getuigen
van uw en hunne Heer;
en hart en knieën buigen
haast in één naam zich neêr.