Spring naar inhoud

420.Gij, die kroonjuwelen zoekt

1
Gij, die kroonjuwelen zoekt,
weet, dat dikwijls in het slijk
nog de beste paarlen zijn
voor des Meesters koninkrijk.
RefreinKroonjuwelen, kostb're zielen,
nog bedekt met stof en slijk,
zoeken wij als kostb're zielen
voor des Meesters koninkrijk.
2
Zielen, ver verdwaald van God,
zielen, door de smart verscheurd,
zielen, zuchtend, roepen u,
moeten uit het slijk gebeurd.
RefreinKroonjuwelen, kostb're zielen,
nog bedekt met stof en slijk,
zoeken wij als kostb're zielen
voor des Meesters koninkrijk.
3
Breng die diamanten Hem,
die Zijn bloed voor hen vergoot;
en gewassen, zuiver, rein,
schitt'ren allen, klein en groot.
RefreinKroonjuwelen, kostb're zielen,
nog bedekt met stof en slijk,
zoeken wij als kostb're zielen
voor des Meesters koninkrijk.
4
En straks in de heerlijkheid,
als wij allen bij Hem zijn,
schitt'ren die juwelen schoon,
blinken in Gods zonneschijn.
RefreinKroonjuwelen, kostb're zielen,
nog bedekt met stof en slijk,
zoeken wij als kostb're zielen
voor des Meesters koninkrijk.