Spring naar inhoud

419.Werk, want de nacht zal komen

1
Werk, want de nacht zal komen,
werk van de morgen aan;
laat niet in wufte dromen
't ochtenduur vergaan.
Tijd weet van slaap noch rusten;
zie 't zonlicht op zijn baan,
en laat u niets gelusten,
voor gij hebt gedaan.
2
Werk, want de nacht zal dalen,
en eer uw hart 't vermoedt;
werk door dan ook bij 't stralen
van de middaggloed.
Uit al uw macht gedurig
volbracht, wat gij ook doet;
een geest, getrouw en vurig,
maakt uw arbeid zoet.
3
Werk, want het rustuur nadert,
zie, hoe het westen wacht,
van gouden glans dooraderd,
haast komt nu de nacht.
Zo keert ons licht tot duister,
wordt macht'loos onze kracht!
Maar 't werk houdt eeuwig luister,
in de Heer volbracht.