415.Broeders, zusters, op ten strijde!
OpwekkingsliederenPresentatie
1
Broeders, zusters, op ten strijde!
De Koning riep ten allen tijde;
Hij riep ook ons op deze stond.
Neen, wij laten Hem niet wachten;
Hij toch heeft recht op onze krachten.
Hem trouw beloofd met hart en mond!
De Koning van de kerk
begeert, dat wij Zijn werk
doen met vreugde.
O, welk een eer!
Wij komen, Heer!
Gij zult ons in de strijd behoên.
De Koning riep ten allen tijde;
Hij riep ook ons op deze stond.
Neen, wij laten Hem niet wachten;
Hij toch heeft recht op onze krachten.
Hem trouw beloofd met hart en mond!
De Koning van de kerk
begeert, dat wij Zijn werk
doen met vreugde.
O, welk een eer!
Wij komen, Heer!
Gij zult ons in de strijd behoên.
2
Satan woedt aan alle kanten
met zijne duizenden trawanten,
en waant deez' aard zijn eigendom
met zijn honderdduizendtallen,
zij zullen voor de Koning vallen;
Die geeft heel d'aard aan God weerom.
Hoog waait de kruisbanier,
en 't Christenvolk houdt fier
't hoofd geheven.
De krijgsroep klinkt,
en geestdrift blinkt
al Jezus' trouwen in het oog.
met zijne duizenden trawanten,
en waant deez' aard zijn eigendom
met zijn honderdduizendtallen,
zij zullen voor de Koning vallen;
Die geeft heel d'aard aan God weerom.
Hoog waait de kruisbanier,
en 't Christenvolk houdt fier
't hoofd geheven.
De krijgsroep klinkt,
en geestdrift blinkt
al Jezus' trouwen in het oog.
3
Hoort, daar ruist een zee van klachten
dier scharen, die zo lang reeds smachten
in 's vijands wreed en loodzwaar juk!
't Zijn de slaven van de zonden,
wier harte bloedt uit tal van wonden,
die kwijnen in hun ongeluk.
Zij roepen bij hun lot
in hunne angst tot God.
Op! ter hulpe!
Wij al te zaâm,
in 's Heren naam.
De strijd der vrijheid daar gestreên!
dier scharen, die zo lang reeds smachten
in 's vijands wreed en loodzwaar juk!
't Zijn de slaven van de zonden,
wier harte bloedt uit tal van wonden,
die kwijnen in hun ongeluk.
Zij roepen bij hun lot
in hunne angst tot God.
Op! ter hulpe!
Wij al te zaâm,
in 's Heren naam.
De strijd der vrijheid daar gestreên!
4
Heft uw ogen! Ziet de velden,
waar onze zaaiers henensnelden,
beloven reeds een volle schuur.
Maar die arbeid vraagt meer handen.
Op, op dan! naar de heidenlanden!
Voor 's Heren toekomst naakt het uur!
Ons allen roept Zijn stem.
Wij willen ons aan Hem
blijde geven;
wij werken meê,
bij 's harten beê:
dat ras de heiloogst binnen zij!
waar onze zaaiers henensnelden,
beloven reeds een volle schuur.
Maar die arbeid vraagt meer handen.
Op, op dan! naar de heidenlanden!
Voor 's Heren toekomst naakt het uur!
Ons allen roept Zijn stem.
Wij willen ons aan Hem
blijde geven;
wij werken meê,
bij 's harten beê:
dat ras de heiloogst binnen zij!