413.Wie gaan zo armelijk daarheen
OpwekkingsliederenPresentatie
1
Wie gaan zo armelijk daarheen
Wat trekt en drijft hen aan,
die ginds dat enge pad betreên
met zo oneffen baan?
't Zijn kind'ren van een koningsstam;
voor hoger rijksgebied
en 't hun tot heil geslachte Lam
klinkt vrolijk steeds hun lied.
Wat trekt en drijft hen aan,
die ginds dat enge pad betreên
met zo oneffen baan?
't Zijn kind'ren van een koningsstam;
voor hoger rijksgebied
en 't hun tot heil geslachte Lam
klinkt vrolijk steeds hun lied.
2
Maar zie, hoe schamel is hun kleed
en zonder zwier hun vaan!
— 't Schort aan de maat, waarmeê gij meet,
gij ziet de schijn slechts aan.
Maar waarom kozen zij een pad
zo lastig voor hun voet? —
't Is 't spoor, dat eens hun Heer betrad,
hun heilig door Zijn bloed.
en zonder zwier hun vaan!
— 't Schort aan de maat, waarmeê gij meet,
gij ziet de schijn slechts aan.
Maar waarom kozen zij een pad
zo lastig voor hun voet? —
't Is 't spoor, dat eens hun Heer betrad,
hun heilig door Zijn bloed.
3
Maar zie daar ginds die brede baan,
't zijn bloemen daar en spel. —
De weg die werelddienaars gaan,
eindt in verderf en hel.
Hoe, kunnen wij geen ander pad
tot ons behoud betreên?
De weg naar 's hemels vredestad
is Christus, Hij alleen.
't zijn bloemen daar en spel. —
De weg die werelddienaars gaan,
eindt in verderf en hel.
Hoe, kunnen wij geen ander pad
tot ons behoud betreên?
De weg naar 's hemels vredestad
is Christus, Hij alleen.