360.Hoe zoet, Heer Jezus, klinkt
Openingsliederen en SlotzangenPresentatie
1
Hoe zoet, Heer Jezus, klinkt Uw naam
in 't U gewijd gemoed;
— Gij bondt weer aard en hemel saam
door 't off'ren van Uw bloed.
in 't U gewijd gemoed;
— Gij bondt weer aard en hemel saam
door 't off'ren van Uw bloed.
2
Geen hart. werd ooit zo diep gewond,
zo afgemat in rouw,
— dat Gij zijn leed niet helen kondt
door Uw genaad' en trouw. —
zo afgemat in rouw,
— dat Gij zijn leed niet helen kondt
door Uw genaad' en trouw. —
3
De rots, waarop, onwankelbaar
in nood en strijd ik sta,
is tot in 't allerbangst gevaar,
mijn Heiland, Uw genâ.
in nood en strijd ik sta,
is tot in 't allerbangst gevaar,
mijn Heiland, Uw genâ.
4
Mijn Koning, Midd'laar, Herder, Vriend,
mijn alles, Heer, zijt Gij;
een Meester, die Zijn dienaars dient,
behouder zijt G' ook mij.
mijn alles, Heer, zijt Gij;
een Meester, die Zijn dienaars dient,
behouder zijt G' ook mij.
5
Nooit breng ik U naar waarde dank,
als ik Uw kruis aanschouw;
hoe koud en zwak toch blijft de klank
mijns loflieds op Uw trouw.
als ik Uw kruis aanschouw;
hoe koud en zwak toch blijft de klank
mijns loflieds op Uw trouw.