Spring naar inhoud

356.Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot

Openingsliederen en SlotzangenslideshowPresentatie
1
Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot,
o Heer, der legerscharen God,
zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên,
om 's Heren voorhof in te treên!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen.
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
en aan mijn ziel het leven geeft.
2
Welzalig hij, die al zijn kracht
en hulp alleen van U verwacht,
die kiest de welgebaande wegen.
Steekt hen de hete middagzon
in 't moerbeidal, Gij zijt hun bron
en stort op hen een milde regen,
een regen, die hen overdekt,
verkwikt, en hun tot zegen strekt.
3
Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort,
elk hunner zal in 't zalig oord
van Zion haast voor God verschijnen.
Let Heer der legerscharen! let
op mijn ootmoedig smeekgebed!
Ei! laat mij niet van druk verkwijnen;
leen mij een toegenegen oor,
o Jacobs God, geef mij gehoor.
4
Want God, de Heer, zo goed, zo mild,
is t' allen tijd een zon en schild;
Hij zal genaad' en ere geven;
Hij zal hun 't goede niet in nood
onthouden zelfs niet in de dood.
Die in oprechtheid voor Hem leven.
Welzalig, Heer, die op U bouwt,
en zich geheel aan U vertrouwt.