350.God, enkel licht, voor Wiens
Openingsliederen en SlotzangenPresentatie
1
God, enkel licht,
voor Wiens gezicht
niets zuiver wordt bevonden,
ziet ons bevlekt,
met schuld bedekt,
misvormd door duizend zonden.
voor Wiens gezicht
niets zuiver wordt bevonden,
ziet ons bevlekt,
met schuld bedekt,
misvormd door duizend zonden.
2
Der sterren pracht
is bij Hem nacht,
hoe hel zij schit'ren mogen,
en wij, belaân
met euveldaân,
wat zijn wij in Zijn ogen.
is bij Hem nacht,
hoe hel zij schit'ren mogen,
en wij, belaân
met euveldaân,
wat zijn wij in Zijn ogen.
3
Heer! Waar dan heen?
Tot U alleen,
Gij zult mij niet verstoten,
Uw eigen Zoon
heeft tot Uw troon
de weg ons weer ontsloten.
Tot U alleen,
Gij zult mij niet verstoten,
Uw eigen Zoon
heeft tot Uw troon
de weg ons weer ontsloten.
4
Ja, amen, ja,
op Golgotha
stierf Hij voor onze zonden:
en door Zijn bloed
wordt ons gemoed
gereinigd van de zonden.
op Golgotha
stierf Hij voor onze zonden:
en door Zijn bloed
wordt ons gemoed
gereinigd van de zonden.
5
Wil, U ter eer,
steeds meer en meer
't geloof in ons versterken!
Dan zullen wij
gereed en blij,
uit liefde 't goede werken
steeds meer en meer
't geloof in ons versterken!
Dan zullen wij
gereed en blij,
uit liefde 't goede werken