341.Vanwaar die schaar, die brede rij
Der Heiligen BeloningPresentatie
1
Vanwaar die schaar, die brede rij,
die eens Johannes zag,
in vorstendos en feestkledij
gekroond ten jubeldag?
die eens Johannes zag,
in vorstendos en feestkledij
gekroond ten jubeldag?
2
Sneeuwwit was aller lang gewaad,
van 't zuiverst goud hun kroon,
verlosten naar Gods vrederaad
en 't erfdeel van Gods Zoon.
van 't zuiverst goud hun kroon,
verlosten naar Gods vrederaad
en 't erfdeel van Gods Zoon.
3
Verdrukking, onverpoosde strijd,
in kloek geloof doorstaan,
deed, zegepralend nu door 't kruis,
hen tot hun Koning gaan.
in kloek geloof doorstaan,
deed, zegepralend nu door 't kruis,
hen tot hun Koning gaan.
4
't Was moeite hier en enkel rouw,
versmaadheid, kruis en schand',
maar helden tot de dood getrouw,
kroont nu hen 's Konings hand.
versmaadheid, kruis en schand',
maar helden tot de dood getrouw,
kroont nu hen 's Konings hand.
5
Gemeente, ken en roem uw deel
volg en heb lief uw Heer;
zwaar zij uw strijd, uw lijden veel,
haast wacht u eeuw'ge eer.
volg en heb lief uw Heer;
zwaar zij uw strijd, uw lijden veel,
haast wacht u eeuw'ge eer.