339.Schoon als de hof van Eden
Der Heiligen BeloningPresentatie
1
Schoon als de hof was van Eden,
pas uit des Makers hand,
zó zal de wildernis bloeien,
spreidend haar geur door 't land.
pas uit des Makers hand,
zó zal de wildernis bloeien,
spreidend haar geur door 't land.
RefreinKom, o gij dag aller dagen,
lang door Gods volk verbeid;
hoe dikwerf te midden der moeiten,
hijg ik naar Uw zaligheid.
lang door Gods volk verbeid;
hoe dikwerf te midden der moeiten,
hijg ik naar Uw zaligheid.
2
Kreupelen zullen dan springen,
doven weer spraak verstaan;
blinden de lichtglans aanschouwen,
blijde in 's Heren daân.
doven weer spraak verstaan;
blinden de lichtglans aanschouwen,
blijde in 's Heren daân.
RefreinKom, o gij dag aller dagen,
lang door Gods volk verbeid;
hoe dikwerf te midden der moeiten,
hijg ik naar Uw zaligheid.
lang door Gods volk verbeid;
hoe dikwerf te midden der moeiten,
hijg ik naar Uw zaligheid.
3
Dan zal de tonge des stommen
zingen een jubellied;
allen hun danktoon doen horen,
ere zij Gods gebied.
zingen een jubellied;
allen hun danktoon doen horen,
ere zij Gods gebied.
RefreinKom, o gij dag aller dagen,
lang door Gods volk verbeid;
hoe dikwerf te midden der moeiten,
hijg ik naar Uw zaligheid.
lang door Gods volk verbeid;
hoe dikwerf te midden der moeiten,
hijg ik naar Uw zaligheid.