318.Wanneer, o zult gij komen
De Wederkomst des HeerenPresentatie
1
Wanneer, o zult gij komen,
gij dag der heerlijkheid,
als ons aan Edens stromen
weer zelf de Herder weidt?
Daar is de grens der smarte,
daar woont geen angst of rouw,
daar baadt zich oog en harte
in Jezus' liefdetrouw.
gij dag der heerlijkheid,
als ons aan Edens stromen
weer zelf de Herder weidt?
Daar is de grens der smarte,
daar woont geen angst of rouw,
daar baadt zich oog en harte
in Jezus' liefdetrouw.
2
Daar zijn de groene dalen
vol kleur en geur en glans,
daar enkel zonnestralen
aan onbewolkten trans.
Daar siert een koningskrone,
daar 't sneeuwwit priesterkleed,
wie één met 's Vaders Zone
Zijn schande en smaadheid leed.
vol kleur en geur en glans,
daar enkel zonnestralen
aan onbewolkten trans.
Daar siert een koningskrone,
daar 't sneeuwwit priesterkleed,
wie één met 's Vaders Zone
Zijn schande en smaadheid leed.
3
Gemeente, welk ontmoeten
wacht daar ons in de dag,
als aan des Herders voeten
Zijn kudde rusten mag.
Heer, eer die dag des feestes
verschijnt in heerlijkheid,
maak, vol des Heil'gen Geestes,
ons voor uw komst bereid.
wacht daar ons in de dag,
als aan des Herders voeten
Zijn kudde rusten mag.
Heer, eer die dag des feestes
verschijnt in heerlijkheid,
maak, vol des Heil'gen Geestes,
ons voor uw komst bereid.