315.Hoelang, o Heer en Koning
De Wederkomst des HeerenPresentatie
1
Hoelang, o Heer en Koning,
toeft Gij, Uw wederkeer
is 't biddende verlangen
der Uwen meer en meer.
Mocht haast die heilstond dagen,
de U afgebeden tijd,
die komend Uw gemeente
Voor de eeuwigheid verblijdt.
toeft Gij, Uw wederkeer
is 't biddende verlangen
der Uwen meer en meer.
Mocht haast die heilstond dagen,
de U afgebeden tijd,
die komend Uw gemeente
Voor de eeuwigheid verblijdt.
2
Hoelang, geliefde Meester,
duurt nog het droef gemis
van 't weder U aanschouwen,
dat zaligheid ons is?
Zo zwak, zo licht bewogen
is onze trouw, o Heer,
dies zuchten vol verlangen
wij naar Uw wederkeer.
duurt nog het droef gemis
van 't weder U aanschouwen,
dat zaligheid ons is?
Zo zwak, zo licht bewogen
is onze trouw, o Heer,
dies zuchten vol verlangen
wij naar Uw wederkeer.
3
Wek onze trage harten
tot heilig ijvervuur,
opdat wij biddend waken
U wachtend te aller uur.
Voor ons hebt Gij doorleden
versmaadheid, angst en pijn,
daarom moogt, Heer, G' ook toeven,
wij zullen wakker zijn.
tot heilig ijvervuur,
opdat wij biddend waken
U wachtend te aller uur.
Voor ons hebt Gij doorleden
versmaadheid, angst en pijn,
daarom moogt, Heer, G' ook toeven,
wij zullen wakker zijn.