304.Wachter, zeg ons, breekt de morgen
De Laatste UrePresentatie
1
Wachter, zeg ons, breekt de morgen
haast voor 't beidend Sion door.
Zaagt gij in het Oost reeds teek'nen
van een eersten morgengloor?
Heil u, pelgrims, ziet rondom u,
hoe de neev'-len opwaarts gaan;
gordt uw lend'nen, stemt een lofzang,
juicht: "de dageraad breekt aan."
haast voor 't beidend Sion door.
Zaagt gij in het Oost reeds teek'nen
van een eersten morgengloor?
Heil u, pelgrims, ziet rondom u,
hoe de neev'-len opwaarts gaan;
gordt uw lend'nen, stemt een lofzang,
juicht: "de dageraad breekt aan."
2
Juich, gemeente, zie de lichtglans,
't oosten, dat in goud zich baadt,
bode van de komst uws Konings
van des Godsrijks dageraad.
Wat de profetie verkondde,
ziet straks uw geloof vervuld,
's Vaders raad tot uw verlossing
in zijn heerlijkheid onthuld.
't oosten, dat in goud zich baadt,
bode van de komst uws Konings
van des Godsrijks dageraad.
Wat de profetie verkondde,
ziet straks uw geloof vervuld,
's Vaders raad tot uw verlossing
in zijn heerlijkheid onthuld.
3
Zalig, zalig, wie mag ingaan
in des Konings vreugdestad,
die, schoon hier Hemzelf niet ziende,
dankbaar Hem heeft liefgehad.
Daar geen nacht, geen zon, geen tempel,
waar God zelf het alles is,
en zijn gunstgenoten delen
in huns Konings erfenis.
in des Konings vreugdestad,
die, schoon hier Hemzelf niet ziende,
dankbaar Hem heeft liefgehad.
Daar geen nacht, geen zon, geen tempel,
waar God zelf het alles is,
en zijn gunstgenoten delen
in huns Konings erfenis.