303.Wachter, die op Sions muren
De Laatste UrePresentatie
1
Wachter, die op Sions muren
't komen van de morgen wacht,
kunt gij moed in 't hart ons spreken,
zeg, wat is er van de nacht?
Heeft de schemer
hoop op uitkomst reeds gebracht?
Heeft de schemer
hoop op uitkomst reeds gebracht?
't komen van de morgen wacht,
kunt gij moed in 't hart ons spreken,
zeg, wat is er van de nacht?
Heeft de schemer
hoop op uitkomst reeds gebracht?
Heeft de schemer
hoop op uitkomst reeds gebracht?
2
Zeg, o zeg ons, mag de branding,
om ons scheepje aan elke zij,
ons een blijde boodschap wezen;
zijn wij 't vaste land nabij?
Zeg, is 't waarheid,
naderen de haven wij?
Zeg, is 't waarheid,
Naderen de haven wij?
om ons scheepje aan elke zij,
ons een blijde boodschap wezen;
zijn wij 't vaste land nabij?
Zeg, is 't waarheid,
naderen de haven wij?
Zeg, is 't waarheid,
Naderen de haven wij?
3
Trouwe wachter, wij begroeten
met u 't welkom kerend licht;
niet meer verre is reeds de haven,
't land der ruste ons in 't gezicht;
moedig, strijders,
op de haven koers gericht.
Moedig, strijders,
op de haven koers gericht.
met u 't welkom kerend licht;
niet meer verre is reeds de haven,
't land der ruste ons in 't gezicht;
moedig, strijders,
op de haven koers gericht.
Moedig, strijders,
op de haven koers gericht.
4
God was 't die de rechte richting
schonk aan onze ranke boot,
die in nacht en noodweer waakte,
ons behoedde in ied're nood;
make ons danklied
eeuwig onze Redder groot.
Make ons danklied
eeuwig onze Redder groot,
schonk aan onze ranke boot,
die in nacht en noodweer waakte,
ons behoedde in ied're nood;
make ons danklied
eeuwig onze Redder groot.
Make ons danklied
eeuwig onze Redder groot,