288.Als ons de eng'len welkom heten
Dood en OpstandingPresentatie
1
Als ons de eng'len welkom heten
in Gods vaderhuis omhoog;
vreugde ons alles doet vergeten,
wat op aarde knellend woog;
zullen wij dan ouders, vrinden
in der vrijgekochten schaar,
hen herkennend wedervinden?
Kent het hart de zijnen daar?
in Gods vaderhuis omhoog;
vreugde ons alles doet vergeten,
wat op aarde knellend woog;
zullen wij dan ouders, vrinden
in der vrijgekochten schaar,
hen herkennend wedervinden?
Kent het hart de zijnen daar?
RefreinKent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
2
Als de nu ontslapen vrienden,
strijders onder Jezus' vaan,
die met ons de Heiland dienden,
daar met ons ter reie gaan.
Zullen wij in oog en wezen,
in hun juub'lend feestgebaar,
weder de oude liefde lezen?
Kent het hart de zijnen daar?
strijders onder Jezus' vaan,
die met ons de Heiland dienden,
daar met ons ter reie gaan.
Zullen wij in oog en wezen,
in hun juub'lend feestgebaar,
weder de oude liefde lezen?
Kent het hart de zijnen daar?
RefreinKent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
3
Heil, mijn ziele, wat u treffe
en in kommer bui'gen doe,
dat die hoop uw geest verheffe,
en leer juichen blij te moe:
wat haar stem u leer geloven,
vindt uw hart ten volle waar:
wederzien wacht ons hier boven,
't hart herkent de zijnen daar.
en in kommer bui'gen doe,
dat die hoop uw geest verheffe,
en leer juichen blij te moe:
wat haar stem u leer geloven,
vindt uw hart ten volle waar:
wederzien wacht ons hier boven,
't hart herkent de zijnen daar.
RefreinKent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
4
Komt, belasten en vermoeiden.
Heft in hope 't oog naar gind,
waar ge u van de zorg ontboeiden,
en voor eeuwig wedervindt.
Hier doe dood en scheiding wenen,
allen zal Gods jubeljaar
in het vaderhuis herkennen
't Hart herkent de zijnen daar.
Heft in hope 't oog naar gind,
waar ge u van de zorg ontboeiden,
en voor eeuwig wedervindt.
Hier doe dood en scheiding wenen,
allen zal Gods jubeljaar
in het vaderhuis herkennen
't Hart herkent de zijnen daar.
RefreinKent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?
Kent het hart de zijnen?
Kent het hart de zijnen,
kent het hart de zijnen daar?