282.Wij vragen, Heer geen lichter
Overgave en BerustingPresentatie
1
Wij vragen, Heer, geen lichter last
op 't enge en steile pad.
Maar enig, dat Gij onze hand,
ons steunend houdt gevat.
op 't enge en steile pad.
Maar enig, dat Gij onze hand,
ons steunend houdt gevat.
2
Hoe doorn en distel telkens wondt,
hoe scherp de rotsgrond blijk,
help ons, dat door de pijn niet één
van 't rechte voetspoor wijk.
hoe scherp de rotsgrond blijk,
help ons, dat door de pijn niet één
van 't rechte voetspoor wijk.
3
Wat zal ons deren, Heer, wat schaân,
hoe bang en vreeslijk 't schijn,
als in geloof maar 't hart beseft,
dat we in Uw hoede zijn.
hoe bang en vreeslijk 't schijn,
als in geloof maar 't hart beseft,
dat we in Uw hoede zijn.
4
Gij waart der Uwen toevlucht steeds,
Gij hun der eeuwen Rots,
wij weten, wie ons hate of vlied',
in U ons kind'ren Gods.
Gij hun der eeuwen Rots,
wij weten, wie ons hate of vlied',
in U ons kind'ren Gods.
5
Och, help Gij meer ons waardig zijn
dien heil'gen naam en eer,
verander meer in heerlijkheid
ons naar uw beeld, o Heer.
dien heil'gen naam en eer,
verander meer in heerlijkheid
ons naar uw beeld, o Heer.
6
Gij doet ons door Uw Geest U zien
met ongedekt gezicht,
och, trek tot U steeds groter kring
ons wand'Ien in Uw licht
met ongedekt gezicht,
och, trek tot U steeds groter kring
ons wand'Ien in Uw licht