277.Wat God doet, ..... Zijn wil is wijs
Overgave en BerustingPresentatie
1
Wat God doet dat is welgedaan;
Zijn wil is wijs en heilig.
'k Zal aan Zijn hand vertrouwend gaan;
die hand geleidt mij veilig.
In nood is mij
Zijn trouw nabij,
ja, Hij, de Heer der Heren,
blijft eeuwig wijs regeren.
Zijn wil is wijs en heilig.
'k Zal aan Zijn hand vertrouwend gaan;
die hand geleidt mij veilig.
In nood is mij
Zijn trouw nabij,
ja, Hij, de Heer der Heren,
blijft eeuwig wijs regeren.
2
Wat God doet, dat is welgedaan.
Zijn woord eist mijn vertrouwen.
Hij leidt mij op de rechte baan;
'k mag daar zijn lief d' aanschouwen.
Hij geeft mij kracht;
Zijn hulp, Zijn macht
redt mij uit smart en banden.
Mijn lot rust in Zijn handen.
Zijn woord eist mijn vertrouwen.
Hij leidt mij op de rechte baan;
'k mag daar zijn lief d' aanschouwen.
Hij geeft mij kracht;
Zijn hulp, Zijn macht
redt mij uit smart en banden.
Mijn lot rust in Zijn handen.
3
Wat God doet, dat is welgedaan.
Hij luistert naar mijn klachten.
Zou mij Zijn liefde gadeslaan,
en ik Zijn hulp niet wachten?
God kent mijn hart;
Geen ramp, geen smart
is ooit voor Hem verborgen.
Hij zal als Vader zorgen.
Hij luistert naar mijn klachten.
Zou mij Zijn liefde gadeslaan,
en ik Zijn hulp niet wachten?
God kent mijn hart;
Geen ramp, geen smart
is ooit voor Hem verborgen.
Hij zal als Vader zorgen.
4
Wat God doet, dat is welgedaan.
Zijn trouw blijft mij behoeden.
Zijn liefde doet geen kwaad ontstaan;
't werkt alles mee ten goede.
Als God mij leidt,
zal 'k wel bereid,
het doel van mijn verlangen,
in d' eeuwigheid ontvangen.
Zijn trouw blijft mij behoeden.
Zijn liefde doet geen kwaad ontstaan;
't werkt alles mee ten goede.
Als God mij leidt,
zal 'k wel bereid,
het doel van mijn verlangen,
in d' eeuwigheid ontvangen.
5
Wat God doet, dat is welgedaan,
nooit zal de moed m' ontzinken.
Biedt Hij de lijdenskelk mij aan, —
'k zal die gewillig drinken.
God, wijs en goed,
mengt zuur en zoet,
naarmate wij 't behoeven;
Hij troost ook in 't bedroeven.
nooit zal de moed m' ontzinken.
Biedt Hij de lijdenskelk mij aan, —
'k zal die gewillig drinken.
God, wijs en goed,
mengt zuur en zoet,
naarmate wij 't behoeven;
Hij troost ook in 't bedroeven.
6
Wat God doet, dat is welgedaan.
Dat blijft de vreugd mijns levens.
God plant wel doornen op mijn paân,
maar rozen ook daarnevens.
Met smart paart God
vaak rein genot;
Zijn Vaderlijk' ontferming
blijft eeuwig mijn bescherming.
Dat blijft de vreugd mijns levens.
God plant wel doornen op mijn paân,
maar rozen ook daarnevens.
Met smart paart God
vaak rein genot;
Zijn Vaderlijk' ontferming
blijft eeuwig mijn bescherming.