272.Moet gij steeds met onspoed strijden
Overgave en BerustingPresentatie
1
Moet gij steeds met onspoed strijden,
Christen! treur niet om uw lot;
hulp ontbreekt u nooit in 't lijden:
moet gij steeds met onspoed strijden,
wees tevreden met uw lot,
o, uw Redder is uw God!
Christen! treur niet om uw lot;
hulp ontbreekt u nooit in 't lijden:
moet gij steeds met onspoed strijden,
wees tevreden met uw lot,
o, uw Redder is uw God!
2
Is de nood zo hoog gerezen,
dat gij nergens uitkomst ziet,
nog hebt gij geen kwaad te vrezen:
is de nood zo hoog gerezen,
dat gij nergens uitkomst ziet,
God, uw God, vergeet u niet.
dat gij nergens uitkomst ziet,
nog hebt gij geen kwaad te vrezen:
is de nood zo hoog gerezen,
dat gij nergens uitkomst ziet,
God, uw God, vergeet u niet.
3
Vest in bang' en droeve dagen
al uw hoop op Hem alleen;
schroom niet, Hem om hulp te vragen:
vest in bang' en droeve dagen
al uw hoop op Hem alleen,
Hij kan helpen, Hij alleen.
al uw hoop op Hem alleen;
schroom niet, Hem om hulp te vragen:
vest in bang' en droeve dagen
al uw hoop op Hem alleen,
Hij kan helpen, Hij alleen.
4
'k Weet, Zijn woord is Ja en Amen,
Zijn beloften feilen niet,
nimmer zal Hij ons beschamen:
'k Weet, Zijn woord is Ja en Amen,
Zijn beloften feilen niet,
zalig hij, die tot Hem vliedt!
Zijn beloften feilen niet,
nimmer zal Hij ons beschamen:
'k Weet, Zijn woord is Ja en Amen,
Zijn beloften feilen niet,
zalig hij, die tot Hem vliedt!