262.Woont Hij in mijn harte
Heilsvreugde en VerlossingPresentatie
1
Woont Hij in mijn harte,
staat Hij mij terzij.
Is mij steeds in angst en smarte
Zijne liefd' en trouw nabij?
Waar kan 't leed dan toeven?
Niets op aard kan mij dan meer bedroeven.
staat Hij mij terzij.
Is mij steeds in angst en smarte
Zijne liefd' en trouw nabij?
Waar kan 't leed dan toeven?
Niets op aard kan mij dan meer bedroeven.
2
Woont Hij in mijn harte,
niets bekoort mij meer,
hoe de vijand mij dan tarte,
'k volg gewillig mijnen Heer,
ook als and'ren treden
op d' aanlokkelijke brede wegen.
niets bekoort mij meer,
hoe de vijand mij dan tarte,
'k volg gewillig mijnen Heer,
ook als and'ren treden
op d' aanlokkelijke brede wegen.
3
Woont Hij in mijn harte,
'k slaap dan spoedig in,
zachtkens rustend in zijn krachten,
in zijn trouwe Herderszin,
die het al doordringen,
boze machten ganselijk bedwingen.
'k slaap dan spoedig in,
zachtkens rustend in zijn krachten,
in zijn trouwe Herderszin,
die het al doordringen,
boze machten ganselijk bedwingen.
4
Woont Hij in mijn harte,
alle goeds is mijn;
nergens langer naar te smachten,
doet mij blij en dankbaar zijn,
opwaarts wil 'k steeds blikken,
niets ter wereld zal mij dan verschrikken.
alle goeds is mijn;
nergens langer naar te smachten,
doet mij blij en dankbaar zijn,
opwaarts wil 'k steeds blikken,
niets ter wereld zal mij dan verschrikken.
5
Waar Hij woont in 't harte,
daar is 't vaderland,
't erfdeel zelf blijf ik verwachten
uit zijn trouwe Vaderhand,
lang vermiste vrinden
zal ik dan in and'ren wedervinden.
daar is 't vaderland,
't erfdeel zelf blijf ik verwachten
uit zijn trouwe Vaderhand,
lang vermiste vrinden
zal ik dan in and'ren wedervinden.