250.'k Zal eeuwig zingen van Gods
Heilsvreugde en VerlossingPresentatie
1
'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên,
Uw waarheid t' allen tijd vermelden door mijn reên;
ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen,
naar Uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen;
zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,
zo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken.
Uw waarheid t' allen tijd vermelden door mijn reên;
ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen,
naar Uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen;
zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken,
zo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken.
2
Hoe zalig is het volk, dat naar uw klanken hoort;
zij wand'len, Heer! in 't licht van 't godd'lijk aanschijn voort.
Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden
Uw goedheid straalt hun toe, Uw macht schraagt hen in 't lijden;
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.
zij wand'len, Heer! in 't licht van 't godd'lijk aanschijn voort.
Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden
Uw goedheid straalt hun toe, Uw macht schraagt hen in 't lijden;
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.
3
Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht;
Uw vrije gunst alleen wordt d' ere toegebracht!
Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen,
door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen;
want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven,
en onze Koning is van Isrels God gegeven.
Uw vrije gunst alleen wordt d' ere toegebracht!
Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen,
door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen;
want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven,
en onze Koning is van Isrels God gegeven.