Spring naar inhoud

249.God heb ik lief, want die getrouwe

Heilsvreugde en VerlossingslideshowPresentatie
1
God heb ik lief, want die getrouwe Heer
hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen;
Hij neigt zijn oor; 'k roep tot Hem al mijn dagen;
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.
2
Ik lag gekneld in banden van de dood,
daar d' angst der hel mij alle troost deed missen;
ik was benauwd, omringd door droefenissen,
maar riep de Heer dus aan in al mijn nood:
3
"Och Heer! och, wierd mijn ziel door U gered!"
Toen hoorde God, Hij is mijn liefde waardig;
de Heer is groot, genadig en rechtvaardig,
en onze God ontfermt Zich op 't gebed.
4
d' Eenvoudigen wil God steeds gadeslaan;
'k was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder.
Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder;
gij zijt verlost; God heeft u wel gedaan!
5
Wat zal ik, met Gods gunsten overlaan,
die trouwe God voor zijn genâ vergelden?
'k Zal, bij de kelk des Heils, Zijn naam vermelden,
en roepen Hem met blijd' erkent'nis aan.
6
Ik zal met vreugd in 't huis des Heren gaan,
om daar met lof Uw groten naam te danken.
Jeruzalem! Gij hoort die blijde klanken,
elk heff' met mij de lof des Heren aan.