244.Komt, laat ons voortgaan, kind'ren
PelgrimsliederenPresentatie
1
Komt, laat ons voortgaan, kind'ren,
want d' avond is nabij;
het stilstaan kan licht hind'ren
in deze woestenij.
Komt, sterkt opnieuw de moed!
De wandelstaf geheven
om hemelwaarts te streven;
zó wordt het einde goed.
want d' avond is nabij;
het stilstaan kan licht hind'ren
in deze woestenij.
Komt, sterkt opnieuw de moed!
De wandelstaf geheven
om hemelwaarts te streven;
zó wordt het einde goed.
2
Zij zal ons niet berouwen,
de keus van 't smalle pad;
wij kennen de Getrouwe,
Die ons heeft liefgehad.
Vest al uw hoop op Hem!
Dat ieder 't aangezichte
ginds naar de Godsstad richte:
daar ligt Jeruzalem.
de keus van 't smalle pad;
wij kennen de Getrouwe,
Die ons heeft liefgehad.
Vest al uw hoop op Hem!
Dat ieder 't aangezichte
ginds naar de Godsstad richte:
daar ligt Jeruzalem.
3
Komt, broeders, voortgetreden:
een Gids gaat aan uw zij;
die, wank'len soms uw schreden,
staat met zijn hulp nabij
Ziet! 't zonlicht schenkt ons moed,
alsof de zoete blikken
eens vaders ons verkwikken:
voorwaar, wij hebben 't goed.
een Gids gaat aan uw zij;
die, wank'len soms uw schreden,
staat met zijn hulp nabij
Ziet! 't zonlicht schenkt ons moed,
alsof de zoete blikken
eens vaders ons verkwikken:
voorwaar, wij hebben 't goed.
4
Wij reizen met elkander;
wij wand'len hand aan hand:
d' een zij tot troost de ander
op weg naar 't Vaderland.
Zijn wij als broed'ren één!
Geen strijd om beuzelingen
daar eng'len ons omringen
en zweven voor ons heen!
wij wand'len hand aan hand:
d' een zij tot troost de ander
op weg naar 't Vaderland.
Zijn wij als broed'ren één!
Geen strijd om beuzelingen
daar eng'len ons omringen
en zweven voor ons heen!
5
Treedt moedig voorwaarts, kind'ren!
De reis kort op naar 't graf;
wij zien de afstand mind'ren,
ras valt ons 't reiskleed af:
nog slechts wat meerder moed!
Wat rustiger en blijer,
van aardse banden vrijer,
gestreefd naar 't eeuwig goed!
De reis kort op naar 't graf;
wij zien de afstand mind'ren,
ras valt ons 't reiskleed af:
nog slechts wat meerder moed!
Wat rustiger en blijer,
van aardse banden vrijer,
gestreefd naar 't eeuwig goed!