235.Hemelwaarts gaat hier ons pad
PelgrimsliederenPresentatie
1
Hemelwaarts gaat hier ons pad;
wij zijn gasten hier beneden,
tot wij in de hemelstad
komen, in het zalig Eden.
Pelgrims in het dorre land!
Boven is ons Vaderland!
wij zijn gasten hier beneden,
tot wij in de hemelstad
komen, in het zalig Eden.
Pelgrims in het dorre land!
Boven is ons Vaderland!
2
Hemelwaarts loopt onze baan;
slechts wat hemels is, heeft waarde.
Nooit was 't doel van ons bestaan
slechts te leven voor deez' aarde:
't hart, vernieuwd door zijne Heer,
zoekt gewis zijn oorsprong weer.
slechts wat hemels is, heeft waarde.
Nooit was 't doel van ons bestaan
slechts te leven voor deez' aarde:
't hart, vernieuwd door zijne Heer,
zoekt gewis zijn oorsprong weer.
3
"Hemelwaarts!" zo roept Gods Woord;
't wijst mij op de blijde kusten;
't wijst mij naar het zalig oord,
waar ik thuis ben en mag rusten.
Dat belooft, verzekert Hij.
't Wordt eens waarheid ook voor mij!
't wijst mij op de blijde kusten;
't wijst mij naar het zalig oord,
waar ik thuis ben en mag rusten.
Dat belooft, verzekert Hij.
't Wordt eens waarheid ook voor mij!
4
"Hemelwaarts!" denk ik altijd,
als God mij 't zo wèl wil maken,
mij een tafel toebereidt,
hier reeds hemelvreugd doet smaken.
Spijst Hij lichaam hier en geest,
boven volgt het bruiloftsfeest!
als God mij 't zo wèl wil maken,
mij een tafel toebereidt,
hier reeds hemelvreugd doet smaken.
Spijst Hij lichaam hier en geest,
boven volgt het bruiloftsfeest!
5
Hemelwaarts! mijn zalig lot
toont 't geloof mij reeds van verre;
't hart verlangt reeds naar zijn God.
Schoner blinkt noch zon, noch sterre
dan de glans dier heerlijkheid,
in zijn stille majesteit.
toont 't geloof mij reeds van verre;
't hart verlangt reeds naar zijn God.
Schoner blinkt noch zon, noch sterre
dan de glans dier heerlijkheid,
in zijn stille majesteit.
6
"Hemelwaarts!" ja, "Hemelwaarts!"
Dat zal steeds mijn leuze blijven.
Alle lusten dezer aard'
zal 'k door hemelzin verdrijven.
Slechts de hemel trekt mij aan,
tot 'k hem eens mag binnengaan.
Dat zal steeds mijn leuze blijven.
Alle lusten dezer aard'
zal 'k door hemelzin verdrijven.
Slechts de hemel trekt mij aan,
tot 'k hem eens mag binnengaan.