232.Nimmer zal Ik u begeven
Gods Leiding en BeschermingPresentatie
1
"Nimmer zal Ik u begeven,
nooit verlaten" zegt de Heer;
"Ik zal, wat u 't hart doe beven,
met u zijn, Mijn naam ter eer;
wat u dreige, ja wat dreige,
Mijn bescherming blijkt u meer.
nooit verlaten" zegt de Heer;
"Ik zal, wat u 't hart doe beven,
met u zijn, Mijn naam ter eer;
wat u dreige, ja wat dreige,
Mijn bescherming blijkt u meer.
RefreinNaar 't levend water zij ons vragen,
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
2
Roep Mij, als de stormen woeden,
met een vast vertrouwen aan;
Mijne hand zal u behoeden,
hoe de golven hoger gaan;
in het noodweer, ja in 't noodweer,
doe 'k als op een rots u staan.
met een vast vertrouwen aan;
Mijne hand zal u behoeden,
hoe de golven hoger gaan;
in het noodweer, ja in 't noodweer,
doe 'k als op een rots u staan.
RefreinNaar 't levend water zij ons vragen,
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
3
Beeft g' in de ure der verleiding,
als u vlees en wereld vleit,
Mijne tucht verhoedt, dat scheiding
door hun arglist u verbeidt,
doet u weten, ja doet weten,
dat Mijn hand u veilig leidt.
als u vlees en wereld vleit,
Mijne tucht verhoedt, dat scheiding
door hun arglist u verbeidt,
doet u weten, ja doet weten,
dat Mijn hand u veilig leidt.
RefreinNaar 't levend water zij ons vragen,
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
4
Voelt g' u angstig, droef te moede,
schijnt het om en in u nacht,
bouw op Mij, Mijn liefde en hoede
maakt der zwaksten zwakheid kracht;
Mijn genade, Mijn genade
schenkt tot zegepralen macht."
schijnt het om en in u nacht,
bouw op Mij, Mijn liefde en hoede
maakt der zwaksten zwakheid kracht;
Mijn genade, Mijn genade
schenkt tot zegepralen macht."
RefreinNaar 't levend water zij ons vragen,
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.
't water, dat de goede Herder
allen, die 't in ootmoed vragen,
als Zijn schapen volop biedt.