220.Droef en donker zij de hemel
Gods Leiding en BeschermingPresentatie
1
Droef en donker zij de hemel,
storm en guurheid ons voor oog,
Christen, hoe u de angst omwemel',
duizel niet en blik omhoog!
Voor Gods troon bestaat geen duister
't licht daalt uit Zijn woonstee af,
schenkt de nacht zijn starrenluister,
en straalt leven tot in 't graf.
storm en guurheid ons voor oog,
Christen, hoe u de angst omwemel',
duizel niet en blik omhoog!
Voor Gods troon bestaat geen duister
't licht daalt uit Zijn woonstee af,
schenkt de nacht zijn starrenluister,
en straalt leven tot in 't graf.
2
Onze Vader hoort het smeken,
van 't Hem zoekend kinderhart,
Hij zal van vertroosting spreken,
naar het klimmen onzer smart.
Altijd staat Zijn troon ons open,
open in Zijn lieve Zoon,
die ons moed geeft om te hopen,
tot in 't pijnlijkst schuldbetoon.
van 't Hem zoekend kinderhart,
Hij zal van vertroosting spreken,
naar het klimmen onzer smart.
Altijd staat Zijn troon ons open,
open in Zijn lieve Zoon,
die ons moed geeft om te hopen,
tot in 't pijnlijkst schuldbetoon.
3
't Duister is de vrucht der zonde,
't licht de gift van Gods genâ;
liefde heelt de diepste wonde,
leert ons danken vroeg en spa.
Liefde draagt ons, telt de haren
van ons arm en schuldig hoofd;
Vaderzorg blijft ons bewaren;
eeuwig zij Gods trouw geloofd!
't licht de gift van Gods genâ;
liefde heelt de diepste wonde,
leert ons danken vroeg en spa.
Liefde draagt ons, telt de haren
van ons arm en schuldig hoofd;
Vaderzorg blijft ons bewaren;
eeuwig zij Gods trouw geloofd!