195.Eenzaam en moede, van droefheid
Strijd en OverwinningPresentatie
1
Eenzaam en moede, van droefheid bezwaard,
schuldgevoel torsend met lust steeds gepaard,
hatend de wereld en vrezend haar macht,
derf tot de strijd 'k in mijzelf alle kracht;
maar als van de aarde ik 't oog opwaarts sla,
luist'rend naar 't woord van Gods liefde en genâ;
wegvluchten vrees dan en angstig bezwaar;
't Zion Gods wacht mij, o was ik reeds daar!
schuldgevoel torsend met lust steeds gepaard,
hatend de wereld en vrezend haar macht,
derf tot de strijd 'k in mijzelf alle kracht;
maar als van de aarde ik 't oog opwaarts sla,
luist'rend naar 't woord van Gods liefde en genâ;
wegvluchten vrees dan en angstig bezwaar;
't Zion Gods wacht mij, o was ik reeds daar!
2
Zion daarboven, volheerlijk in pracht,
stad, waar mijn Koning Zijn dienaren wacht,
'k zie reeds van ver op uw torens en poort,
paarlen en jaspis van lichtglans doorgloord;
goud zijn uw straten, het zuiverste goud,
wie uit deez' diepten van ver u aanschouwt
vreest bij die aanblik geen last of gevaar;
juicht vol verwachting: "o, was ik reeds daar!"
stad, waar mijn Koning Zijn dienaren wacht,
'k zie reeds van ver op uw torens en poort,
paarlen en jaspis van lichtglans doorgloord;
goud zijn uw straten, het zuiverste goud,
wie uit deez' diepten van ver u aanschouwt
vreest bij die aanblik geen last of gevaar;
juicht vol verwachting: "o, was ik reeds daar!"
3
Waat'ren des levens, het zilverreinst nat,
schenken hun glanzen u, hemelse stad;
scheem'ring of nacht daalt op u nimmer neer,
zon aan uw hemel is zelf God de Heer;
woning des vredes, door Golgotha's kruis
zondaars herwonnen als eeuwig tehuis,
stad, waar aanbiddend in hoop ik op staar,
'k zucht naar u opziend: "o was ik reeds daar!"
schenken hun glanzen u, hemelse stad;
scheem'ring of nacht daalt op u nimmer neer,
zon aan uw hemel is zelf God de Heer;
woning des vredes, door Golgotha's kruis
zondaars herwonnen als eeuwig tehuis,
stad, waar aanbiddend in hoop ik op staar,
'k zucht naar u opziend: "o was ik reeds daar!"