19.Looft, looft nu aller Heren Heer
Eere- en LofzangenPresentatie
1
Looft, looft nu aller Heren Heer,
gij, Zijne knechten! geeft Hem eer;
Gij, die des nachts Zijn huis bewaakt;
en voor Zijn dienst in ijver blaakt.
gij, Zijne knechten! geeft Hem eer;
Gij, die des nachts Zijn huis bewaakt;
en voor Zijn dienst in ijver blaakt.
2
Heft uwe handen naar omhoog;
slaat naar het heiligdom uw oog,
en knielt eerbiedig voor Hem neer;
looft, looft nu aller Heren Heer.
slaat naar het heiligdom uw oog,
en knielt eerbiedig voor Hem neer;
looft, looft nu aller Heren Heer.
3
Dat 's Heren zegen op u daal',
Zijn gunst uit Zion u bestraal':
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer,
looft, looft dan aller Heren Heer.
Zijn gunst uit Zion u bestraal':
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer,
looft, looft dan aller Heren Heer.