172.Och, dat ik een geloof bezat
Geloof en VertrouwenPresentatie
1
Och, dat ik een geloof bezat,
dat hoe bedreigd, benard
nooit deinsde uit vrees op 't doornig pad
van weerstand, spot en smart.
dat hoe bedreigd, benard
nooit deinsde uit vrees op 't doornig pad
van weerstand, spot en smart.
2
Het stil geloof, dat nimmer mort
bij 't moeilijkst levenslot;
dat hoe mijn naam gelasterd word',
in ootmoed bouwt op God.
bij 't moeilijkst levenslot;
dat hoe mijn naam gelasterd word',
in ootmoed bouwt op God.
3
Het kloek geloof, dat kalm zich toont,
Als 't dreigend noodweer woedt,
omdat het weet, daar boven woont
mijn Vader, die mij hoedt.
Als 't dreigend noodweer woedt,
omdat het weet, daar boven woont
mijn Vader, die mij hoedt.
4
Schenk dat geloof mij, ja, vermeer
't mij naar mijn strijd en nood,
opdat, Heer, ik U waardig eer
in trouwe tot de dood.
't mij naar mijn strijd en nood,
opdat, Heer, ik U waardig eer
in trouwe tot de dood.