166.Al rolt de zee en loeit de wind
Geloof en VertrouwenPresentatie
1
Al rolt de zee en loeit de wind
in 't holle van de nacht,
't geloof weet, waar 't zijn steunsel vindt,
van wie het bijstand wacht.
Al licht geen maan, al blinkt geen ster,
wij worst'len nooit alleen,
de trouwe Helper is nooit ver,
Hij leidt ons huiswaarts heen.
in 't holle van de nacht,
't geloof weet, waar 't zijn steunsel vindt,
van wie het bijstand wacht.
Al licht geen maan, al blinkt geen ster,
wij worst'len nooit alleen,
de trouwe Helper is nooit ver,
Hij leidt ons huiswaarts heen.
2
Zo dreigend hoog klimt nooit de nood,
of sterker is Gods hand;
bij Hem is uitkomst in de dood
en ons Zijn woord verpand.
Geloofsproef is 't wat ons weervaart;
hoe bang 't vooruitzicht scheen,
ons oog blikt hoopvol hemelwaart,
God leidt ons huiswaarts heen.
of sterker is Gods hand;
bij Hem is uitkomst in de dood
en ons Zijn woord verpand.
Geloofsproef is 't wat ons weervaart;
hoe bang 't vooruitzicht scheen,
ons oog blikt hoopvol hemelwaart,
God leidt ons huiswaarts heen.
3
Wie sidd're en beef' als zonder hoop,
Gods kind'ren vrezen niet;
zij weten, wie der waat'ren loop,
der stormen kracht gebiedt.
Licht' al geen maan en blinkt geen ster,
nooit is hun trouwe Helper ver,
God leidt hen huiswaarts heen.
Gods kind'ren vrezen niet;
zij weten, wie der waat'ren loop,
der stormen kracht gebiedt.
Licht' al geen maan en blinkt geen ster,
nooit is hun trouwe Helper ver,
God leidt hen huiswaarts heen.