150.Keer weer, mijn dwalend harte
Verlangen naar GodPresentatie
1
Keer weer, mijn dwalend harte, keer;
jaag naar geen schaduw langer meer,
maar zoek een eenzaam plekje uit,
opdat g' uw hart voor God ontsluit.
jaag naar geen schaduw langer meer,
maar zoek een eenzaam plekje uit,
opdat g' uw hart voor God ontsluit.
2
Mijn God en Vader, voor Uw oog,
dat op mij neerziet van omhoog,
voel 'k elke dag mij meer onrein,
reikhalzend naar Uw heilsfontein.
dat op mij neerziet van omhoog,
voel 'k elke dag mij meer onrein,
reikhalzend naar Uw heilsfontein.
3
Mijn pogen wist geen enk'le smet;
steeds dieper oordeelt mij Uw wet,
maar, heil mij, ziende op Golgotha
wijkt vloek der wet voor Uw genâ.
steeds dieper oordeelt mij Uw wet,
maar, heil mij, ziende op Golgotha
wijkt vloek der wet voor Uw genâ.
4
Ontzondig, Heer, en heilig mij,
opdat ik door genade vrij
van zondenlust en wereldmacht,
verwinnaar worde in Uwe kracht.
opdat ik door genade vrij
van zondenlust en wereldmacht,
verwinnaar worde in Uwe kracht.